Over TIU

Geschiedenis

Al vanaf 1987 worden er cursussen en workshops gegeven voor urologen en AIOS om de kwaliteit van het medisch handelen te optimaliseren. Deze zijn destijds opgericht door de Stichting Werkgroep Endourologie Nederland met als voorzitter Ad Hendrikx.

In de afgelopen jaren is de modernisering van de opleiding in gang gezet. Het inzicht kwam dat aan de reeds bestaande cursussen weinig onderwijskundige principes ten grondslag lagen en dat het vaak slechts om een eenmalige cursus ging waarvan de vrijblijvendheid om ze te volgen groot was. De resultaten van de cursussen werden meestal niet getoetst en indien dit wel het geval was, werden er geen consequenties aan verbonden. Een aantal stappen werd ondernomen, om de kwaliteit van de opleiding te verbeteren:

  • 2005: De praktische cursussen worden verplicht gesteld voor AIOS urologie en worden georganiseerd in samenwerking met het Urologisch Opleidings Instituut (UOI)
  • 2006: Ad Hendrikx startte samen met Albert Scherpbier en Barbara Schout het onderzoeksproject Training in Urology waarbij de onderwijskundige waarde van oefenmodellen (simulatoren) voor endo-urologische vaardigheden werd onderzocht.
  • 2007: De SOM (Stichting Opleiding Medici) wordt opgericht als overkoepelend orgaan waar het Project Training in Urology onder komt te vallen.
  • 2008: Door het Concilium wordt de skillslabcommissie Training in Urologie opgericht met als voorzitter Dr. Ad Hendrikx. Deze skillslabcommissie heeft als doel te inventariseren wat er in Nederland op lokaal niveau aan praktijktraining bestaat, daarin structuur aan te brengen, de leemtes op te vullen en zo een zo volledig mogelijk vaardigheidstrainingsprogramma te ontwerpen. In de commissie hebben urologen en AIOS als vertegenwoordigers van alle opleidingsclusters uit heel Nederland zitting. Door deze constructie ontstond er vanaf het begin een breed draagvlak.
  • 2009: Het nieuwe curriculum urologie wordt uitgebracht. Het curriculum is nu gericht op de definitie van eindtermen en toetsing van de competenties op bepaaldeijkpunten in de opleiding. In het curriculum staat beschreven over welke competenties een uroloog in opleiding in bepaalde fases in de opleiding moet beschikken. Ook staat hierin vermeld met welke deelgebieden en soortenoperaties de uroloog in opleiding in aanraking moet zijn gekomen binnen dezeopleiding.
  • 2009: De eerste nieuwe cursus met inbegrip van toetsing en certificering van laparoscopische basisvaardigheden (UPFRONT cursus) wordt ingevoerd in de opleiding als verplichte cursus naast de acht reeds bestaande cursussen.
  • 2010: De eerste promovendus binnen het project, Barbara Schout, promoveert Cum Laude.
  • 2012: Het team van urologen, AIOS urologie en medisch onderwijskundigen, wordt versterkt met een expert met aandachtsgebied patientveiligheid: Prof. Cordula Wagner.
  • 2012: Promotie van de tweede promovendus binnen het project: Marjolein Persoon.
  • 2012: Het Concilium en de Commissie Cursorisch Onderwijs staan officieel achter de invoering van het 40 uren Training in Urology project, en verklaren dit als verplichte NVU cursus. In september 2012: start 1e fase implementatie 40 uren project: invoering 1e 8 trainingsmodules in 1e 8 ziekenhuizen in Nederland.
  • 2013: Evaluatie van de 1e fase implementatie van het 40-uren project vindt plaats. Rapport TIU 1e fase implementatie: 40 uren project.
  • 2014: Het Concilium stelt implementatie in de opleiding verplicht van de goedgekeurde 5 van de 8 modules van de 1e fase van het 40-uren project. Het 40-uren project wordt omgedoopt in “UVO”: urologisch vaardigheidsonderwijs.

Visie

Door verbetering van de opleiding, verbetert de kwaliteit van zorg.
(Gedeelten van) Handelingen die een arts buiten de  patient om kan leren, moeten ook zo geleerd en getraind worden.

 

Hoofddoelen

Hoofddoelen van het project Training in Urology zijn:

  1. Verbeteren van kennis en kunde van urologen en AIOS wat betreft medische technologie
  2. Ontwikkeling en validatie van media om vaardigheden te trainen (simulatoren)
  3. Ontwikkeling van specifieke procedure-gerichte curricula
  4. Bewerkstelligen van een goede transfer van simulator naar patiënt
  5. Integratie van niet-technische vaardigheden en onderwijskundige principes in de opleidingsprogramma’s

Dit alles ter verbetering van patiëntveiligheid en met de voorwaarde dat de weg naar het behalen van de hoofddoelen op onderwijskundige verantwoordelijke wijze geschiedt, op basis van door wetenschappelijk onderzoek bevestigde en gevalideerde methoden.

Projectleden

Patientveiligheid

Lisanne Verweij
  • Prof. Cordula Wagner – VU-EMGO/NIVEL
  • Dr. Lisanne Verweij – NIVEL

Medische Onderwijskunde

  • Prof. Albert Scherpbier – Universiteit Maastricht
  • Prof. Jeroen van Merrienboer – Universiteit Maastricht
  • Prof. Cees van der Vleuten – Universiteit Maastricht

Urologie

  • Dr. Ad Hendrikx – Catharina Ziekenhuis Eindhoven
  • Prof. Rob Pelger – Leids Universitair Medisch Centrum
  • Dr. Evert Koldewijn – Catharina Ziekenhuis Eindhoven
  • Dr. John Rietbergen – Sint Franciscus Gasthuis Rotterdam
Barbara Schout nieuw
  • Dr. Barbara Schout – St Antonius ZH Nieuwegein-Utrecht
  • Dr. Marjolein Persoon – Erasmus MC Rotterdam
  • Dr. Irene Tjiam – UMC St Radboud Nijmegen
  • Dr. Willem Brinkman – Sint Franciscus Gasthuis Rotterdam

Promovenda

Heleen de Vries
  • Heleen de Vries – EMGO Instituut / UMC Leiden / Catharina Ziekenhuis Eindhoven

De belangrijkste principes die toegepast worden, zijn:

  • Noodzaak vergroten kennis en kunde medische apparatuur. Zorginstellingen en zorgverleners zijn zich veel te weinig bewust van de risico’s die medische technologie (apparatuur en hulpmiddelen) met zich meebrengt (Ref: rapport IGZ, risico’s medische technologie onderschat).
  • Opleiding van AIOS met zo weinig mogelijk risico’s op gezondheidsschade voor de patient (Ref: IGZ, meerjarenbeleidsplan 2012-2015). Dat wil zeggen: leren wat je kunt leren buiten de patient om.
  • Goed onderwijs is cruciaal voor goede gezondheidszorg en onderwijs over patiëntveiligheid is cruciaal voor veilige gezondheidszorg (Ref: G vd Wal, IGZ)
  • Deliberate practice (Ref: KA Ericsson): oefenen moet vaak, verplicht en geïntegreerd is de dagelijkse werkzaamheden zijn, en is niet per definitie “leuk” en niet vrijblijvend.
  • Experiental learning (Ref: DA Kolb): leren is een continu proces welke bestaat uit:
    • AIOS doen een ervaring op, ofwel door observatie ofwel door zelf een handeling te verrichten.
    • AIOS reflecteren op deze leerervaring.
    • AIOS gebruiken hun reflecties om hun leerbehoeften vast te stellen die hun eigen toekomstige handelingen verbeteren.
    • AIOS nemen concrete stappen om hun vaardigheden aan te leren en handelingen te verbeteren.
  • Whole task training (Ref: JJG van Merrienboer). We richten ons op het leren van de complete procedure van begin tot eind, omdat “in clinical practice, the whole is much greater than the sum of its parts”.

This page is also available in: Engels

Comments are closed.